ECLI:NL:CRVB:2014:3932
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige griffierechtbetaling ongegrond verklaard
Appellante had een verzoek tot herziening ingediend dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellante erkende dit tijdens het verzet en voerde aan dat zij had verzocht om drie herzieningsverzoeken in één zitting te behandelen met één griffierecht, maar dit verzoek was niet ontvangen door de Raad.
De Raad oordeelde dat het achterwege blijven van een reactie op dit verzoek niet betekent dat geen griffierecht verschuldigd was. Betaling van het griffierecht na de uitspraak kon het verzet niet gegrond maken. Indien het griffierecht alsnog was betaald, was dit ten onrechte.
De Raad wees erop dat appellante vrij staat een nieuw verzoek om herziening in te dienen. Het verzet werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.