ECLI:NL:CRVB:2014:3941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is per 9 juli 2012. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat het onderzoek door verzekeringsartsen onzorgvuldig was en dat zijn rug- en beenklachten ernstiger zijn dan vastgesteld, met name met betrekking tot zitten en staan. Hij overlegde een invalidenkaart en medische gegevens ter onderbouwing. Het UWV verwees naar eerdere rapporten van verzekeringsartsen.
De Raad stelt vast dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de medische beperkingen juist zijn ingeschat. De door appellant overgelegde gegevens tonen geen nieuwe beperkingen aan die op de peildatum van toepassing zijn. Ook is de geschiktheid van de geselecteerde functies, die vooral zittend werk betreffen, adequaat gemotiveerd.
Gelet op deze overwegingen wordt de aangevallen uitspraak bevestigd en is er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.