ECLI:NL:CRVB:2014:3945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van het UWV dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft dit bezwaar ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante stelde dat haar fysieke beperkingen, met name op het gebied van zitten, staan, tillen en dragen, onvoldoende waren meegewogen en dat haar psychische klachten al op de datum van beoordeling aanwezig waren, wat niet was meegenomen. De Raad oordeelt dat de beperkingen vanwege rugklachten en het hypermobiliteitssyndroom adequaat zijn opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat de psychische klachten pas later zijn vastgesteld, waardoor deze niet relevant zijn voor de datum van beoordeling.
De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat appellante geschikt is voor verschillende functies die passen bij haar belastbaarheid. De Raad acht deze motivering voldoende en bevestigt het besluit van het UWV. Er is geen aanleiding voor vergoeding van schade of proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.