ECLI:NL:CRVB:2014:3956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij re-integratieverplichting WIA
Appellant viel op 26 april 2011 uit voor zijn werk vanwege gewrichtsklachten. Het UWV legde hem op 14 september 2012 een re-integratieverplichting op in het kader van de Ziektewet, waarbij hij twee sollicitaties per week moest verrichten. Op 17 januari 2013 verklaarde het UWV het bezwaar tegen deze verplichting ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat de wachttijd voor de WIA-uitkering inmiddels was verstreken en geen sanctie was opgelegd voor het niet nakomen van de re-integratieverplichting. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel procesbelang had omdat hij nog een Ziektewetuitkering ontving en om medische redenen niet kon werken.
De Raad oordeelde dat procesbelang vereist dat het beoogde resultaat ook daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor de indiener. Omdat het besluit dat appellant geen WIA-uitkering meer ontvangt onherroepelijk was en geen sanctie was opgelegd, was er geen procesbelang meer. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.