Uitspraak
27 juli 2012, 11/1473 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met pijnklachten en beperkingen door hart- en longlijden, vroeg bij het college om een gesloten buitenwagen op grond van de Wmo vanwege haar klachten bij koud en nat weer. Het college wees de aanvraag af op basis van medische adviezen van Dautzenberg en Heemstra, die stelden dat goede kleding en een schootskleed in combinatie met scootmobiel en collectief vervoer voldoende compensatie bieden.
De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellante in hoger beroep ging en stelde dat de onderzoeken onvoldoende zorgvuldig waren, dat zij niet onafhankelijk waren en dat de adviezen onvoldoende rekening hielden met haar perifere circulatieproblemen en sociaal isolement. De Raad oordeelde dat beide artsen appellante hadden onderzocht, dat er geen aanwijzingen waren voor onzorgvuldigheid of gebrek aan onafhankelijkheid, en dat de medische adviezen een toereikende grondslag vormden.
De Raad concludeerde dat de combinatie van scootmobiel met schootskleed en collectief vervoer, afhankelijk van het weer en de fysieke gesteldheid van appellante, voldoende is om haar beperkingen te compenseren. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een gesloten buitenwagen is terecht afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.