ECLI:NL:CRVB:2014:4080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt was en betwistte het UWV-besluit dat haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% stelde, waardoor zij geen recht meer had op een WIA-uitkering. Zij voerde medische en arbeidskundige gronden aan en overhandigde rapporten van een verzekeringsarts en psychiater ter onderbouwing.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het verzekeringsgeneeskundige oordeel, gebaseerd op een gedegen rapportage inclusief medische informatie, juist was. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) gaf een passend beeld van haar beperkingen en de geselecteerde functies waren medisch passend. Er was geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige.
De Raad verwierp de stellingen van appellante dat de beperkingen ernstiger waren dan aangenomen en dat de latere toekenningen van WIA-uitkeringen relevant waren voor de datum in geschil. De Raad bevestigde het oordeel dat appellante in staat is tot aangepast werk zonder overmatige belasting. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.