ECLI:NL:CRVB:2014:4102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor functie parkeercontroleur
Appellant was machineoperator en viel wegens ziekte uit op 15 oktober 2008. Het UWV stelde vast dat appellant vanaf 13 oktober 2010 niet arbeidsongeschikt genoeg was voor een WIA-uitkering. Later meldde appellant zich ziek onder de Ziektewet en ontving een ZW-uitkering. Op 8 mei 2012 concludeerde een verzekeringsarts dat appellant geschikt was voor de functie van parkeercontroleur en beëindigde het UWV de ZW-uitkering per 9 mei 2012.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was en dat de medische beperkingen van appellant geen beletsel vormden voor de functie.
De Raad baseerde zich op meerdere rapporten van verzekeringsartsen en een psychiater, die concludeerden dat appellant ondanks fysieke en mentale beperkingen voldoende belastbaar was voor de functie. Nieuwe medische informatie van appellant leidde niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor de functie van parkeercontroleur en dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd per 9 mei 2012.