ECLI:NL:CRVB:2014:4103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet aannemelijk maken hoofdverblijf
Appellant diende op 9 augustus 2012 een aanvraag om bijstand in en gaf aan een kamer te huren op een specifiek adres als uitkeringsadres. Het college wees de aanvraag af en vorderde verstrekte voorschotten terug vanwege schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank vernietigde het besluit deels, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij op het uitkeringsadres woonde, ondersteund door inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie en een schriftelijke bevestiging van de verhuurder. De Raad oordeelde echter dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij feitelijk op het uitkeringsadres woonde, mede gelet op verklaringen dat hij voornamelijk in een caravan verbleef en bankafschriften met een ander adres.
De Raad bevestigde dat de bewijslast voor de bijstandaanvrager ligt en dat het college terecht de aanvraag afwees wegens onvoldoende duidelijkheid over de woonsituatie. Het beroep werd afgewezen en de terugvordering van het voorschot bleef in stand. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij feitelijk woonde op het uitkeringsadres, waardoor het college terecht de bijstandsaanvraag afwees en het voorschot terugvorderde.