ECLI:NL:CRVB:2014:4104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante meldde zich op 17 augustus 2011 ziek als thuiszorgmedewerkster. Het UWV stelde bij besluit van 24 april 2012 vast dat zij vanaf 1 mei 2012 geen recht meer had op een Ziektewet-uitkering. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit in haar uitspraak van 28 maart 2013.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat zij op de datum in geding haar werk niet kon verrichten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij meerdere rapporten van verzekeringsartsen en medisch specialisten waren betrokken. Deze rapporten waren gebaseerd op dossieronderzoek, eigen medisch onderzoek en informatie van behandelaars.
De Raad concludeerde dat appellante fysieke en psychische beperkingen ondervond, maar dat zij in staat was haar deeltijdse werk van thuiszorgmedewerkster te verrichten. Nieuwe medische informatie van een revalidatiearts leidde niet tot een ander oordeel. Het verzoek om benoeming van een deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 1 mei 2012 en wijst het hoger beroep af.