ECLI:NL:CRVB:2014:4184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 15-25%
Appellant, die sinds 1991 ziekgemeld is met rug- en enkelklachten en psychische klachten, had aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100% ontvangen. Deze uitkering werd in 2006 ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. In 2011 verzocht appellant om heropening van de WAO-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid, waarop het UWV aanvankelijk negatief besliste, maar later bij herziening een uitkering toewees voor een mate van 15-25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat de voorgestelde functies ongeschikt waren. Tevens verzocht hij om benoeming van een deskundige.
De Raad oordeelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 21 juli 2011 juist was opgesteld en dat de verzekeringsarts de medische gegevens adequaat had betrokken. Er waren geen objectieve medische gegevens die aanleiding gaven tot twijfel over de beoordeling. Ook was de arbeidskundige onderbouwing voldoende en waren de functies medisch geschikt. De Raad zag daarom geen reden voor benoeming van een deskundige en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WAO-uitkering voor 15-25% arbeidsongeschiktheid en verklaart het hoger beroep ongegrond.