ECLI:NL:CRVB:2014:4185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bij fibromyalgie
Appellante, die sinds 2005 arbeidsongeschikt is door fibromyalgie, ontving een WGA-uitkering die het UWV per 28 december 2009 beëindigde vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Na meerdere medische onderzoeken en arbeidsdeskundige rapporten concludeerde het UWV dat appellante geschikt was voor andere functies binnen haar belastbaarheid. Appellante betwistte dit en verwees naar medische verklaringen die haar beperkingen onderschreven, maar deze werden door het UWV en de rechtbank niet als voldoende onderbouwd beschouwd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar pijnklachten en beperkingen niet voldoende waren meegewogen en verzocht zij om een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de voorgehouden functies haar belastbaarheid niet overschreden.
Het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel over de juistheid van de medische beoordeling. De Raad bevestigde daarmee het besluit tot beëindiging van de WGA-uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.