ECLI:NL:CRVB:2014:4188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering ondanks toegenomen klachten na datum in geding
Appellant, geboren in 1965 en voormalig woonbegeleider van asielzoekers, meldde zich in 2009 ziek vanwege rug- en knieklachten. In 2011 vroeg hij een WIA-uitkering aan, waarop het UWV een functionele mogelijkhedenlijst (FML) opstelde en een loongerelateerde WGA-uitkering toekende met een verlies aan verdiencapaciteit van 61,54%.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit en stelde dat hij op de datum in geding al volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. Het UWV handhaafde het besluit na herbeoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat er onvoldoende reden is om de FML van 13 oktober 2011 te verwerpen of nader medisch onderzoek te verrichten. De toename van klachten na de datum in geding leidt niet tot een ander oordeel over de beperkingen op die datum. Ook is de arbeidskundige onderbouwing toereikend en zijn de geselecteerde functies medisch geschikt. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering en wijst het hoger beroep af.