ECLI:NL:CRVB:2014:4195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 2 december 2011 waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees het beroep van appellant af. In hoger beroep stelde appellant dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onzorgvuldig was opgesteld en dat er onjuiste beperkingen waren vastgesteld, mede omdat de verzekeringsarts de FML had aangepast nadat de arbeidsdeskundige geen geschikte functies kon vinden.
De Raad oordeelde dat de aanpassing van de FML een toegestane correctie was en dat de verzekeringsarts zijn fout tijdig had hersteld. De medische en arbeidskundige rapporten waren zorgvuldig opgesteld en hielden voldoende rekening met de psychische gesteldheid, sociale vaardigheden en medicatie van appellant. Nieuw ingebrachte stukken brachten geen verandering in deze beoordeling.
De Raad achtte een nader medisch onderzoek niet noodzakelijk en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat appellant niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.