ECLI:NL:CRVB:2014:4200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daardoor geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank Gelderland heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep betoogde appellante dat de medische beoordeling onvoldoende zorgvuldig was, met name dat de psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat er een verschil van inzicht bestond tussen de psychologen en de verzekeringsartsen. Tevens verzocht zij om een onafhankelijk deskundigenonderzoek. Het UWV handhaafde het standpunt dat de beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd.
De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat de medische beoordeling zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd was, waarbij de rapporten van de psychologen waren betrokken. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de vastgestelde belastbaarheid van appellante. De Raad achtte een aanvullend medisch onderzoek niet noodzakelijk.
De Raad bevestigde dat appellante in staat wordt geacht arbeid te verrichten binnen de vastgestelde beperkingen, waarbij ook functies in het reguliere bedrijfsleven mogelijk zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.