ECLI:NL:CRVB:2014:4220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering heropening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft in 1991 zijn werkzaamheden gestaakt wegens gezondheidsklachten en ontving tot 1997 een WAO-uitkering. Na beëindiging van deze uitkering vroeg appellant in 2012 heropening aan op grond van vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na beëindiging.
Het UWV wees dit verzoek af omdat geen periode van toegenomen arbeidsongeschiktheid kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, hetgeen appellant in hoger beroep bestreed met verwijzing naar medische verklaringen en zijn bereidheid tot onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat gezien de lange periode tussen beëindiging en aanvraag het UWV niet verplicht was tot een persoonlijk medisch onderzoek. De medische rapporten wezen op simulatie en geen fysieke verslechtering. Er was geen bewijs van toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na beëindiging. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te heropenen wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na beëindiging.