ECLI:NL:CRVB:2014:4224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant stelde zich op het standpunt dat het UWV ten onrechte een WIA-uitkering had geweigerd omdat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische en lichamelijke beperkingen. Hij betoogde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep selectief gebruik had gemaakt van medische informatie, wat leidde tot een vooringenomen oordeel.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek adequaat en zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep alle relevante medische informatie heeft betrokken. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) weerspiegelt een juiste inschatting van de beperkingen van appellant.
Appellant had verzocht om benoeming van een deskundige, maar de Raad zag hiervoor geen aanleiding gezien de consistentie van de medische gegevens en het ontbreken van aanwijzingen voor een onjuist oordeel. Ook de arbeidsdeskundige rapportage werd als betrouwbaar beoordeeld, waaruit blijkt dat appellant in staat is tot het verrichten van passend werk.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de eerdere uitspraak, waarmee de weigering van de WIA-uitkering standhoudt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.