ECLI:NL:CRVB:2014:4236
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken hoger beroep
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De Raad heeft echter bij een eerdere uitspraak het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Omdat de voorwaarde voor het treffen van een voorlopige voorziening is dat er een hoger beroep aanhangig moet zijn, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter baseert dit op de artikelen 8:104 en 8:108 van de Awb in verbinding met artikel 8:81 Awb Pro.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door voorzieningenrechter E.C.R. Schut, met griffier E.R. Flore aanwezig.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een aanhangig hoger beroep.