ECLI:NL:CRVB:2014:4236

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 december 2014
Publicatiedatum
16 december 2014
Zaaknummer
14-4147 WWB VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:104 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken hoger beroep

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De Raad heeft echter bij een eerdere uitspraak het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Omdat de voorwaarde voor het treffen van een voorlopige voorziening is dat er een hoger beroep aanhangig moet zijn, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter baseert dit op de artikelen 8:104 en 8:108 van de Awb in verbinding met artikel 8:81 Awb Pro.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door voorzieningenrechter E.C.R. Schut, met griffier E.R. Flore aanwezig.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een aanhangig hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 december 2014
14/4147 WWB VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening:
Partijen:
[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft bij brief van 15 juli 2014 hoger beroep in gesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 mei 2014, 14/2828 en 14/3114 (aangevallen uitspraak).
Verzoeker heeft daarbij tevens een verzoek om voorlopig voorziening gedaan.

OVERWEGINGEN

1. Op grond van de artikelen 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Bij uitspraak van 11 november 2014, 14/4146 WWB, heeft de Raad het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
3. Gegeven deze uitspraak in de bodemprocedure wordt geoordeeld dat niet langer is voldaan aan de voorwaarde dat met betrekking tot de uitspraak ten aanzien waarvan een voorlopige voorziening wordt gevraagd, hoger beroep is ingesteld. Hoewel voor de bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de Raad tot het treffen van een voorlopige voorziening voldoende is dat er op enig moment hoger beroep is ingesteld, dient deze voorwaarde aldus te worden verstaan dat er een hoger beroep aanhangig moet zijn, wil er een voorlopige voorziening kunnen worden getroffen.
4. Het vorenstaande leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk is. Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb wordt uitspraak gedaan zonder zitting.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 Awb Pro niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van E.R. Flore als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2014.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) E.R. Flore

MK