ECLI:NL:CRVB:2014:4343
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning WAO-uitkering wegens onvoldoende onderzoek toegenomen beperkingen huidklachten
Appellant ontving vanaf 2000 een WAO-uitkering vanwege huidklachten aan handen en voeten. In 2007 werd deze uitkering ingetrokken omdat hij passende werkzaamheden kon verrichten. Na ziekmelding in 2008 ontving appellant een WIA-uitkering, maar stelde dat sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak, waarvoor hij een WAO-uitkering vorderde.
Het UWV wees dit af omdat volgens hen de toegenomen beperkingen niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortvloeiden. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep stelde appellant dat met name de toegenomen huidklachten onvoldoende waren onderzocht en dat deze wel degelijk een toename van beperkingen betekenden.
De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte niet had onderzocht of de toegenomen beperkingen in 2010 verband hielden met de huidklachten waarvoor eerder een WAO-uitkering was toegekend. De medische grondslag van het besluit was daardoor onvoldoende gemotiveerd. De Raad droeg het UWV op dit gebrek binnen zes weken te herstellen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen wegens onvoldoende onderzoek naar verband tussen toegenomen beperkingen en huidklachten.