ECLI:NL:CRVB:2014:4355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens algemene heffingskorting
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college herzag het recht op bijstand en bracht de inkomsten uit de algemene heffingskorting over 2010 en 2011 in mindering op de bijstand, met terugvordering van een bedrag van €1.422,51.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze herziening gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de herziening betrof, stellende dat naderhand verkregen middelen geen wettelijke grond voor herziening boden.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de heffingskorting niet tot de middelen behoorde omdat zij een eigen woning hadden en geen woonkostentoeslag ontvingen, en dat dringende redenen tot afzien van terugvordering bestonden.
De Raad oordeelde dat de heffingskorting volgens de WWB wel degelijk tot de middelen behoort en dat het college bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen. De aangevoerde dringende redenen werden niet als uitzonderlijk en bijzonder beoordeeld. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van bijstand wegens algemene heffingskorting bevestigd.