Uitspraak
16 oktober 2012, 12/1704 (aangevallen uitspraak)
mr. P.A. Vermeijden.
OVERWEGINGEN
30 augustus 2012 in beroep en van 11 december 2012 en 27 augustus 2014 in hoger beroep, is dit voldoende inzichtelijk gemotiveerd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, met een voorgeschiedenis van angst- en paniekklachten en diabetes mellitus, vroeg meerdere malen om een WIA-uitkering wegens vermeerderde arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde deze uitkering telkens op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na een eerdere vernietiging van het besluit door de rechtbank vanwege onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, bleef het UWV met aanvullend onderzoek bij het standpunt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen, mede door flauwtes en psychische klachten, werden onderschat en dat de geduide functies niet geschikt zouden zijn vanwege lawaai, drukte en fysieke risico’s. De Raad onderzocht uitgebreid medische en arbeidskundige rapporten, waaronder functionele mogelijkhedenlijsten en psychiatrische diagnoses.
De Raad concludeerde dat de medische beoordeling van het UWV zorgvuldig en overtuigend was gemotiveerd, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat er geen aanwijzingen waren dat de geduide functies medisch ongeschikt waren. Ook de therapie stond het werken niet in de weg. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.