ECLI:NL:CRVB:2014:4439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van het UWV om haar een WGA-uitkering toe te kennen en het bezwaar tegen dit besluit ongegrond te verklaren. Zij stelt dat zij recht heeft op een IVA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid volledig en duurzaam zou zijn, gezien de medische situatie en het ontbreken van vooruitzicht op herstel.
De rechtbank had het beroep van appellante gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, het bestreden besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep toetst nu of de arbeidsongeschiktheid duurzaam is in de zin van artikel 4 van Pro de Wet WIA.
De verzekeringsarts heeft geconcludeerd dat een operatieve ingreep bij appellante een redelijke kans op verbetering biedt, waardoor de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. De Raad onderschrijft deze medische beoordeling en wijst het beroep af omdat appellante geen medische gegevens heeft overgelegd die een ander oordeel rechtvaardigen.
De Raad bevestigt daarmee de rechtbankuitspraak en verklaart dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is, zodat appellante geen recht heeft op een IVA-uitkering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de rechtbankuitspraak bevestigd dat appellante geen recht heeft op een IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid.