ECLI:NL:CRVB:2014:4443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken vier weken onafgebroken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante, geboren in 1971, ontving sinds 2002 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2006 werd deze uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Na klachten in 2012 vroeg zij hernieuwde toekenning van de uitkering, maar het UWV wees dit af omdat er geen sprake was van vier weken onafgebroken toegenomen arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusies van de verzekeringsartsen juist. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar fibromyalgie was verergerd, onderbouwd met een geactualiseerd medicatieoverzicht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de klachten en intensiteit gelijk waren gebleven sinds 2006 en dat er geen medische aanwijzingen waren voor een relevante verslechtering. Het toegenomen medicijngebruik impliceert volgens de Raad geen toegenomen beperking. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.