ECLI:NL:CRVB:2014:4445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging WIA-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant ontving een WIA-uitkering die door het UWV per 1 mei 2012 werd beëindigd na herbeoordeling. Het bezwaar van appellant tegen deze beëindiging werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de wettelijke termijn was ingediend. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat appellant ondanks psychische klachten niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was tijdig bezwaar te maken.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn ernstige psychische klachten hem verhinderden het bezwaar tijdig in te dienen. Ter onderbouwing overhandigde hij medische stukken en een overzicht van zijn schuldproblematiek, en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het UWV verzocht om bevestiging van de eerdere uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die een verschoonbare termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. De medische rapporten van de verzekeringsarts en andere deskundigen gaven geen aanleiding te twijfelen aan het oordeel dat appellant wel in staat was tijdig bezwaar te maken, al dan niet met hulp van derden. Ook de financiële problemen van appellant waren onvoldoende om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
De Raad wees het verzoek om benoeming van een deskundige af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 29 december 2014 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de WIA-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.