ECLI:NL:CRVB:2014:4450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WGA-vervolguitkering op basis van voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante ontving een WGA-vervolguitkering die door het UWV werd herbeoordeeld en verlaagd van 55-65% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar van appellante werd gegrond verklaard door het UWV, waarna de rechtbank Amsterdam het beroep van appellante ongegrond verklaarde, stellende dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld.
In hoger beroep stelt appellante dat haar psychische klachten haar meer beperken dan door het UWV is aangenomen. De Raad oordeelt dat het medische en arbeidskundige onderzoek zorgvuldig en deugdelijk is uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts alle klachten uitgebreid heeft besproken en gemotiveerd waarom bepaalde beperkingen wel of niet zijn aangenomen.
De Raad wijst erop dat sociale en gezinsproblemen niet meewegen bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid en dat appellante haar standpunt niet met medische gegevens heeft onderbouwd. De arbeidsdeskundige heeft bovendien toegelicht dat de geduide functies geschikt zijn voor appellante.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Bevestiging dat de mate van arbeidsongeschiktheid 55 tot 65% bedraagt en afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding.