ECLI:NL:CRVB:2014:4454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-uitkering met voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem een WGA-uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheid van 72,36%. De rechtbank Oost-Nederland had het bezwaar ongegrond verklaard en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid bevestigd. Appellant stelde in hoger beroep dat de verzekeringsartsen onvoldoende overleg hadden gepleegd met de bedrijfsarts, wiens visie op de belastbaarheid van appellant wezenlijk verschilde, waardoor het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvolledig zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de vastgestelde beperkingen. De bedrijfsarts had zijn advies niet onderbouwd, zodat overleg met hem niet noodzakelijk was. Ook de arbeidskundige beoordeling van het UWV werd onderschreven.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de WGA-uitkering met 72,36% arbeidsongeschiktheid bevestigd.