ECLI:NL:CRVB:2014:671
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij terugvordering levenslooptegoed brandweer
Betrokkenen, werkzaam bij de brandweer van Den Haag, ontvingen levensloopuitkeringen op basis van het Loyalis Levensloop Brandweer&Ambulance. Verzoeker, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, stelde bij besluiten van 11 oktober 2012 vast dat door een administratieve fout te hoge bedragen waren uitgekeerd en kondigde aan deze vanaf januari 2012 te corrigeren en het te veel betaalde bedrag terug te vorderen.
De bezwaren tegen deze besluiten werden bij besluiten van 8 mei 2013 gedeeltelijk gegrond verklaard. De rechtbank vernietigde deze besluiten en bepaalde dat haar uitspraak in de plaats trad van de vernietigde besluiten, waarbij zij oordeelde dat verzoeker niet bevoegd was tot terugvordering van de levensloopuitkeringen omdat deze niet tot het beschikkingsgebied van verzoeker behoren.
Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening die de schorsing van de uitspraak van de rechtbank zou bewerkstelligen. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontbreken van spoedeisend belang en de wettelijke regeling die geen schorsende werking aan hoger beroep toekent, het verzoek tot voorlopige voorziening niet rechtvaardigen. Ook werd geoordeeld dat de nadelen voor verzoeker niet zwaarder wegen dan het risico dat het bestuursorgaan draagt bij uitvoering van een in hoger beroep aangevochten uitspraak. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.