ECLI:NL:CRVB:2014:672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij terugvordering levensloopuitkering wegens gebrek aan spoedeisend belang
Betrokkene, werkzaam bij de brandweer van Den Haag, ontving vanaf 1 januari 2011 een levensloopuitkering. Verzoeker, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, stelde bij besluit van 11 oktober 2012 vast dat door een administratieve fout te hoge bedragen waren uitgekeerd en besloot deze terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen deze terugvordering gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij zelf in de zaak voorzag. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank gedeeltelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat het niet aannemelijk was dat er sprake was van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigde. De nadelen van onmiddellijke uitvoering van de uitspraak wegen niet zwaarder dan het wettelijke stelsel dat geen schorsende werking toekent aan hoger beroep. Ook was onvoldoende aannemelijk dat naleving van de uitspraak onoverkomelijke financiële problemen zou veroorzaken. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.