ECLI:NL:CRVB:2014:710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
De zaak betreft een hoger beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders om de bijstand van betrokkene in te trekken en de kosten van bijstand mede van appellant terug te vorderen wegens vermeende gezamenlijke huishouding vanaf 10 januari 2005.
Na een onderzoek door een sociaal rechercheur en diverse getuigenverklaringen oordeelde het college dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, waarop de bijstand werd ingetrokken en kosten werden teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en bepaalde een latere ingangsdatum van intrekking, maar de Centrale Raad vernietigt deze uitspraak en de besluiten van het college.
De Raad stelt vast dat onvoldoende feitelijke grondslag bestaat om te concluderen dat appellant en betrokkene een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd. Hierdoor was het college niet bevoegd om de bijstandskosten mede van appellant terug te vorderen. De Raad vernietigt het bestreden besluit en de daarop gebaseerde besluiten en veroordeelt het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag voor gezamenlijke huishouding.