ECLI:NL:CRVB:2014:96
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet ondertekenen re-integratieovereenkomst zonder medische onderbouwing
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en weigerde een aangeboden Re-integratie Werkovereenkomst (RWO te ondertekenen). Het bestuur verlaagde daarop haar bijstand met 100% gedurende een maand wegens ernstige tekortkoming. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze verlaging ongegrond, omdat appellante haar medische klachten niet met voldoende bewijs onderbouwde.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het bestuur bekend was met haar overspannenheid en de onderliggende virale infectie. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank dat appellante geen toereikende medische gegevens had overgelegd die haar arbeidsongeschiktheid aantonen.
De Raad oordeelde dat het bestuur mocht aannemen dat appellante in staat was tot arbeid en dat het niet melden van medische klachten tijdens gesprekken een risico voor appellante zelf was. Het hoger beroep werd verworpen en de verlaging van de bijstand bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door R.H.M. Roelofs op 21 januari 2014.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens het niet ondertekenen van de re-integratieovereenkomst wordt bevestigd omdat appellante geen medische onderbouwing heeft geleverd.