Uitspraak
OVERWEGINGEN
29 april 2014.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was geïndiceerd voor Zorgzwaartepakket (ZZP) LG04, later gewijzigd naar ZZP VV07. Na bezwaar en beroep werd het indicatiebesluit herzien, waarbij de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit bevestigt.
Appellante stelde dat zij niet opnieuw was gehoord na vernietiging van een eerdere beslissing en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden door toezeggingen van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ). De Raad oordeelde dat een nieuwe hoorzitting niet verplicht was omdat zij reeds was gehoord in de eerste bezwaarfase en dat er geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan die het vertrouwensbeginsel konden rechtvaardigen.
Verder stelde appellante dat zij geïndiceerd moest worden voor ZZP LG07, maar zij kon niet aantonen dat ZZP VV07 niet passend was bij haar cliëntprofiel. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de adviezen van Welpart onvoldoende waren om het indicatiebesluit te wijzigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het indicatiebesluit voor ZZP VV07 en verklaart het hoger beroep ongegrond.