ECLI:NL:CRVB:2014:997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskosten bij intrekking hoger beroep wegens nieuw feit in herzieningsverzoek
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland inzake bijstand en terugvordering daarvan. Het hoger beroep werd ingetrokken nadat het college op grond van een nieuw feit, een belastingaanslag uit 2010 betreffende de overleden moeder van appellante, haar herzieningsverzoek had ingewilligd.
Het college had de besluiten van augustus 2012 herzien, waarbij de bijstand opnieuw werd toegekend en een maatregel werd opgelegd. Appellante verzocht vervolgens om het college te veroordelen in de proceskosten op grond van artikel 8:75a Awb, dat dit mogelijk maakt indien het bestuursorgaan tegemoet is gekomen bij intrekking van het beroep.
De Raad oordeelde dat de herziening niet als tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb kan worden beschouwd, omdat deze was ingegeven door het nieuwe feit dat appellante zelf had aangedragen. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van appellante om het college te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.