ECLI:NL:CRVB:2015:1035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken verblijfstitel
Appellante, een Ghanees staatsburger die sinds 2005 in Nederland verblijft, ontving aanvankelijk kinderbijslag voor haar in Nederland geboren zoon. Dit recht werd beëindigd toen haar verblijfstitel verviel. Een nieuwe aanvraag werd afgewezen omdat zij geen geldige verblijfsvergunning had.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de weigering in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK). De Raad oordeelde dat het nationale recht geen recht op kinderbijslag verleent zonder geldige verblijfstitel en dat internationale verdragen dit niet wijzigen.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat het EVRM geen positieve verplichtingen schept om kinderbijslag toe te kennen aan vreemdelingen zonder verblijfstitel. Ook het beroep op het IVRK faalde. Er waren geen schrijnende omstandigheden die het koppelingsbeginsel buiten toepassing zouden laten.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter T.L. de Vries op 3 april 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel.