ECLI:NL:CRVB:2015:1040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken verblijfstitel volgens AKW
Appellante, geboren in Afghanistan en in 2004 naar Nederland gekomen om zich bij haar echtgenoot te voegen, vroeg kinderbijslag aan voor haar in Nederland geboren kinderen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellante niet verzekerd is voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) vanwege het ontbreken van een verblijfstitel zoals genoemd in artikel 6, tweede lid, AKW.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en ook in hoger beroep werd dit standpunt bevestigd. Appellante voerde aan dat het nationale besluit onvoldoende rekening hield met de belangen van haar in Nederland geboren kinderen en verwees naar internationale mensenrechtenklachten.
De Raad oordeelde dat appellante op grond van het nationale recht geen recht op kinderbijslag heeft en dat uit het internationale recht geen verplichting volgt om haar uit te zonderen van het koppelingsbeginsel. Er waren geen schrijnende omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van een verblijfstitel.