ECLI:NL:CRVB:2015:1059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant, een elektronicamonteur, viel op 11 mei 2010 uit wegens vermoeidheidsklachten. Het UWV stelde bij besluit van 24 juli 2012 vast dat appellant recht had op een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 53%. Latere besluiten wijzigden dit naar een WGA-loonaanvullingsuitkering met een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en recht had op een IVA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld en dat er een redelijke verwachting was van verbetering, mede op grond van een behandelplan voor cognitieve gedragstherapie. In hoger beroep voerde appellant aan dat de duurzaamheid van zijn beperkingen niet juist was beoordeeld volgens het beoordelingskader "De beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsbeperkingen".
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn betekent dat iemand duurzaam slechts 20% van het maatmaninkomen kan verdienen. De verzekeringsarts moet een concrete en deugdelijke inschatting maken van herstelkansen, rekening houdend met medische behandelingen. Uit het medisch dossier bleek dat appellant leed aan het Chronisch Vermoeidheidssyndroom en allergische astma, en dat verbetering mogelijk was met cognitieve gedragstherapie waaraan appellant nog niet had deelgenomen op de datum van het besluit.
De Raad vond de motivering van het UWV voldoende en oordeelde dat de verwachting van verbetering op dat moment terecht was. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende duurzame arbeidsongeschiktheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.