ECLI:NL:CRVB:2015:1061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste maatmanomvang
Appellante was werkzaam als medewerker verkoopondersteuning met een dienstverband van 23,9 uur per week en meldde zich ziek in 2008 wegens oncologische klachten. Het UWV besloot in 2010 en 2012 dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij een medische afzakker was, omdat zij in 2006 haar werkuren had teruggebracht vanwege vermoeidheidsklachten, die later werden verklaard door een tumor. Zij voerde aan dat de Functionele Mogelijkhedenlijst onvoldoende rekening hield met haar beperkingen en dat de geselecteerde functies haar belastbaarheid te boven gingen.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar urenvermindering medisch geadviseerd was en dat er geen medische stukken waren die het standpunt van het UWV ondermijnden. Ook was er geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De Raad bevestigde dat de maatmanomvang terecht was vastgesteld op 24 uur per week en dat de functies passend waren.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de maatmanomvang van 24 uur per week.