ECLI:NL:CRVB:2015:1063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens opheffing betrekking na privatisering gemeenschapshuis
Appellant was werkzaam bij de gemeente Heeze-Leende en verbonden aan het gemeenschapshuis dat per 1 september 2011 werd geprivatiseerd en overging naar een stichting. Bij deze privatisering gingen de medewerkers niet mee over, en appellant werd niet aangenomen door de stichting waarop hij had gesolliciteerd.
Wegens opheffing van zijn betrekking werd appellant met ingang van 15 april 2011 gedeeltelijk ontslagen, waarbij een re-integratiefase werd ingesteld. Gedurende deze periode werd appellant gedetacheerd bij de stichting en later bij een andere organisatie, maar passende functies binnen de gemeente waren niet beschikbaar. Uiteindelijk werd het ontslag voor het resterende deel van het dienstverband verleend.
Appellant voerde aan dat het college zich niet als goed werkgever had opgesteld en dat een sociaal statuut had moeten worden toegepast. De Raad oordeelde dat de wijze van privatisering en het ontslag rechtmatig waren, dat het college geen zeggenschap meer had over het gemeenschapshuis en dat een sociaal statuut geen toegevoegde waarde had gehad omdat appellant de enige vaste medewerker was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens opheffing van de betrekking bevestigd.