ECLI:NL:CRVB:2015:107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na verkeersongeluk wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante meldde zich ziek na een verkeersongeluk in april 2009 en vroeg een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het UWV stelde bij besluit van december 2011 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde deze beoordeling in mei 2012, en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep stelde vast dat het verlies aan verdiencapaciteit 32,3% bedroeg.
Appellante voerde bezwaar aan met medische rapporten uit een letselschadezaak, waaronder een neuropsychologisch onderzoek dat klachten en prestatievermindering door pijn en vermoeidheid constateerde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en volgde het standpunt van de verzekeringsarts dat er geen urenbeperking vastgesteld hoefde te worden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep had gevolgd. De medische rapporten boden onvoldoende aanleiding om de Functionele Mogelijkhedenlijst aan te passen of een urenbeperking vast te stellen. Ook de arbeidsdeskundige had overtuigend betoogd dat de geselecteerde functies passend waren.
Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.