ECLI:NL:CRVB:2015:1070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven arbeidsinkomsten
Appellante ontving bijstand sinds 1996 en kreeg deze ingetrokken per 11 oktober 2011 nadat het college ontdekte dat zij inkomsten uit arbeid niet had opgegeven. Het college startte een onderzoek en vond arbeidsovereenkomsten en loonstroken die niet waren gemeld. Vervolgens werd de bijstand ingetrokken en een bedrag teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het recht op bijstand per maand wordt vastgesteld en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar inkomsten lager waren dan de bijstandsnorm. Appellante stelde in hoger beroep dat de berekening van het college onjuist was omdat zij uitging van een maandloon in plaats van een vierwekelijks loon, en dat dit recht zou geven op aanvullende bijstand.
De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het college terecht de bijstand had ingetrokken. De specifieke werkvoorschriften waarop appellante zich beroept, zijn niet van toepassing omdat de niet opgegeven inkomsten buiten de drie maanden voorafgaand aan het terugvorderingsbesluit vielen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet opgegeven arbeidsinkomsten wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.