ECLI:NL:CRVB:2015:1079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens verwijtbaar niet verschijnen op re-integratieafspraak
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was in het kader van re-integratie aangemeld bij Stichting Pantar voor een diagnose-advies. Hij verscheen zonder geldige reden niet op twee oproepen in augustus 2012, waarop het college de bijstand al met 30% verlaagde.
Vervolgens verscheen appellant niet op de afspraak van 10 januari 2013 bij Pantar, wat leidde tot een verlaging van de bijstand met 100% gedurende één maand. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onduidelijkheid over de verwijtbaarheid, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk op 10 januari contact had gehad met de gemeente, maar niet bij Pantar.
De Raad oordeelt dat appellant niet op de juiste locatie is verschenen en dat het contact met de gemeente niet als reactie op de uitnodiging bij Pantar kan worden beschouwd. De Raad bevestigt dat appellant zijn arbeidsverplichtingen onvoldoende is nagekomen en dat de verzwaarde maatregel terecht is opgelegd. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende één maand wegens verwijtbaar niet verschijnen op een re-integratieafspraak wordt bevestigd.