ECLI:NL:CRVB:2015:1102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over Wtcg tegemoetkoming 2010 wegens buiten de omvang van het geschil treden
Betrokkene verzocht in november 2009 om een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) vanwege zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering en verblijf in België. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze tegemoetkoming over 2009 omdat betrokkene niet verzekerd was voor de AWBZ. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep gegrond en kende de tegemoetkoming toe over 2009 en 2010.
Het Uwv stelde in hoger beroep dat de rechtbank buiten de omvang van het geschil was getreden door ook voor 2010 een tegemoetkoming toe te kennen, aangezien het besluit alleen over 2009 ging en betrokkene vanaf 1 januari 2010 geen arbeidsongeschiktheidsuitkering meer ontving. Tevens stelde het Uwv dat onvoldoende gelegenheid was geboden om vragen over unierechtelijke aspecten te beantwoorden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat betrokkene recht had op de tegemoetkoming over 2009, die inmiddels was betaald, maar dat de rechtbank terecht buiten de omvang van het geschil was getreden door ook 2010 toe te kennen. Omdat betrokkene niet meer voldeed aan de voorwaarden voor 2010, vernietigde de Raad het deel van de uitspraak dat betrekking had op 2010. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen wegens gebrek aan bewijs van kosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het deel van de uitspraak dat een Wtcg tegemoetkoming over 2010 toekent.