ECLI:NL:CRVB:2015:1128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering Wajong-uitkering en toeslag na inkomsten uit arbeid
Appellant ontvangt sinds 1998 een Wajong-uitkering en een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Na het beëindigen van zijn zelfstandige onderneming als taxichauffeur stelde het UWV op basis van informatie van de belastingdienst vast dat appellant over 2009 en 2010 inkomsten uit arbeid had genoten die de mate van arbeidsongeschiktheid beïnvloedden.
Het UWV verlaagde de Wajong-uitkering en toeslag over deze jaren en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag van €16.349,10 terug. Appellant voerde aan dat de belastingdienst mogelijk nog zou besluiten tot herziening van de aanslagen, waardoor de inkomensgegevens zouden kunnen wijzigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het hoger beroep niet bedoeld is om de anticumulatie van uitkering en toeslag aan te passen bij mogelijke toekomstige herziening van belastingaanslagen. Er is geen bewijs dat de inkomensgegevens gewijzigd zijn, en het UWV handelde terecht in de terugvordering.
De Raad wijst erop dat de toepasselijke wetgeving de Wet Wajong is, zoals gewijzigd per 1 januari 2010, en dat het UWV ten onrechte verwees naar oudere bepalingen. Er is geen aanleiding om af te zien van terugvordering en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de onverschuldigde Wajong-uitkering en toeslag wordt bevestigd.