ECLI:NL:CRVB:2015:1156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot bij overlijden
Appellante, weduwe van een man die in Nederland had gewerkt en gewoond, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in Marokko. Haar echtgenoot ontving vanaf 1 juli 2000 een AOW-uitkering, maar was ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd voor de ANW.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat haar echtgenoot niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden van de ANW. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit van de Svb.
In hoger beroep stelde appellante dat haar echtgenoot recht had op een ANW-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid en dat hij zich niet vrijwillig had kunnen verzekeren wegens onvermogen om premies te betalen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en de Svb, waarbij werd toegevoegd dat een aanvraag voor vrijwillige verzekering was afgewezen.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de weigering van de nabestaandenuitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was ingevolge de ANW.