ECLI:NL:CRVB:2015:1164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft dit bezwaar ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep tegen deze uitspraak behandeld.
Appellant stelde dat de medische beoordeling onzorgvuldig was omdat de vermoeidheidsklachten niet voldoende waren meegewogen en hij overlegd een rapport van een verzekeringsarts die matige tot ernstige depressie en lever- en nierfunctiestoornissen constateerde. De Raad heeft dit rapport onderzocht en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot een urenbeperking en dat de medische beoordeling door het UWV zorgvuldig was, mede omdat informatie van de behandelende sector was ingewonnen.
De Raad concludeerde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist was vastgesteld en dat de functies die aan het besluit ten grondslag liggen medisch geschikt zijn voor appellant. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering.