ECLI:NL:CRVB:2015:1168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- P.H. Banda
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste medische beoordeling
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek wegens lage rugklachten met uitstraling naar het linkerbeen. Het UWV stelde bij besluit van 31 augustus 2010 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Na eerdere procedures verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, waarbij de medische beoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen als zorgvuldig en juist werd beoordeeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn rug- en psychische klachten, waaronder een hernia en wortelcompressie die volgens een neuroloog in 2012 ook al in 2010 aanwezig zou zijn geweest. Ook stelde hij dat de urenbeperking onvoldoende was erkend en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De Raad overwoog dat deze gronden grotendeels herhalingen waren van eerdere bezwaren die door de rechtbank terecht waren afgewezen. De verzekeringsarts had uitvoerig gemotiveerd dat er geen ernstige rugpathologie of psychische stoornis was op de datum in geding en dat er geen medisch substraat was voor een urenbeperking. De arbeidskundige rapportage bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren.
Verder werd geoordeeld dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische gegevens te verzamelen en dat de gestelde bewijsnood niet gegrond was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.