ECLI:NL:CRVB:2015:1197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor kosten contra-expertise in WIA-procedure
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een contra-expertise in het kader van een WIA-procedure, omdat zij zonder dit onderzoek kansloos zou zijn in haar beroepsprocedure tegen het UWV. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat het geen noodzakelijke kosten van het bestaan betrof. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat een contra-expertise noodzakelijk is om de door de UWV-verzekeringsarts vastgestelde arbeidsbeperkingen succesvol aan te vechten, mede omdat de eigen behandelaar geen medische verklaring mag afleggen over deze beperkingen. Zij verwees naar een KNMG-richtlijn en een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de noodzaak van deskundigenrapporten in een andere context.
De Raad oordeelde dat de situatie in de WIA-procedure anders is dan die in de genoemde uitspraak van de Afdeling en bevestigde zijn eerdere oordeel dat de kosten van een contra-expertise in een WIA-procedure niet als noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden aangemerkt. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor de kosten van een contra-expertise in een WIA-procedure.