ECLI:NL:CRVB:2015:1317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens niet vervulde wachttijd
Appellant, sinds 1996 arbeidsongeschikt verklaard met een uitkering van 25-35%, meldde in september 2011 een verslechtering van zijn gezondheid en verzocht om herziening van zijn WAO-uitkering. Het UWV weigerde dit op grond van de wettelijke wachttijd van 104 weken en het ontbreken van een verkorte wachttijd, omdat de toename van arbeidsongeschiktheid meer dan vijf jaar na de laatste toekenning of herziening was gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het UWV terecht geen deskundige hoefde te benoemen en dat de motivering van het besluit voldoende was, ondanks bezwaren van appellant over het medisch onderzoek.
De Raad benadrukte dat de beoordeling na afloop van de wachttijd van 104 weken niet aan de orde was in deze procedure. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot herziening van de WAO-uitkering bevestigd.