ECLI:NL:CRVB:2015:1323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant, die sinds 1991 arbeidsongeschikt was verklaard, verzocht om heropening van zijn WAO-uitkering wegens vermeende toegenomen beperkingen. Na intrekking van de uitkering in 2008 wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid, meldde appellant zich in 2011 ziek met diverse klachten. Het UWV wees het verzoek om heropening af, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en geen aanwijzingen gaf voor toegenomen beperkingen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel na beoordeling van het hoger beroep.
De Raad overwoog dat de medische rapporten en onderzoeken geen bewijs leverden voor een toename van de beperkingen sinds 1 maart 2011. Psychische klachten, rugklachten en andere gezondheidsproblemen werden onderzocht, maar bleken niet zodanig verergerd dat heropening van de WAO-uitkering gerechtvaardigd was.
De Raad concludeert dat het UWV terecht het bezwaar ongegrond heeft verklaard en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen sinds 1 maart 2011.