ECLI:NL:CRVB:2015:1360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd verzocht bankafschriften van een niet opgegeven rekening te overleggen. Na het niet voldoen aan dit verzoek werd de bijstand opgeschort en vervolgens ingetrokken op grond van artikel 54, eerste en vierde lid, van de WWB.
Appellant en zijn gemachtigde voerden aan dat de grondslag van het besluit onduidelijk was en dat de bankafschriften alsnog in bezwaar hadden moeten worden beoordeeld. De Raad oordeelde dat de besluiten duidelijk waren en dat appellant geen rechtsmiddel had aangewend tegen het opschortingsbesluit.
De Raad stelde vast dat appellant de gevraagde gegevens niet binnen de hersteltermijn had verstrekt en dat dit verwijtbaar was. De detentie van de moeder, die gemachtigd was om de belangen te behartigen, viel niet binnen de hersteltermijn. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens niet verstrekken van gevraagde gegevens wordt bevestigd.