ECLI:NL:CRVB:2015:139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken hoger beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep om een voorlopige voorziening te treffen. De Raad verklaarde het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk, waardoor niet langer werd voldaan aan de voorwaarde dat er een hoger beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien er een hoger beroep aanhangig is. Omdat dit niet het geval was, werd het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter H.J. de Mooij op 21 januari 2015, zonder dat partijen werden uitgenodigd voor een zitting. Dit gebeurde op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig hoger beroep.