ECLI:NL:CRVB:2015:1440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid en weigering IVA-uitkering
Appellante is sinds 23 september 2010 volledig arbeidsongeschikt en ontvangt een uitkering op grond van de Wet WIA. Na een herbeoordeling op 2 december 2011 handhaafde het UWV het besluit dat haar uitkering niet wijzigt, omdat haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. Appellante maakte bezwaar en vorderde een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat het UWV terecht geen IVA-uitkering toekende, omdat er een redelijke verwachting was dat haar belastbaarheid zou verbeteren, mede gelet op medische informatie. Appellante stelde in hoger beroep dat haar chronische osteomyelitis en ernstige heupproblematiek geen herstelkans bieden, wat het UWV betwistte.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de beperkingen door chronische osteomyelitis weliswaar blijvend zijn, maar dat er nog functies zijn die appellante kan vervullen. Daarnaast is er een redelijke kans op verbetering van haar heupklachten. De Raad vernietigde het eerdere vonnis en het besluit van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.